Eind vorig jaar wendden zeven voetbalsupporters zich tot mij met het verzoek om hen bij te staan. Allen hadden een boete gekregen voor het overtreden van een ambtelijk bevel en zij waren het hier niet mee eens. De personen, gemiddeld ongeveer 40 jaar oud, waren in november 2007 naar Tilburg gegaan met de bedoeling om ´s middags gezellig in het centrum te vertoeven en ´s avonds de voetbalwedstrijd Willem II-FC Utrecht te bezoeken. Zover kwam het echter niet. Het merendeel van de groep was in het bezit van een geldig toegangskaartje. Echter, men had geen zogeheten combikaartje voor de voor FC Utrecht supporters verplicht gestelde vervoersregeling. Toen men die middag gezellig in een café verbleef, arriveerde op een gegeven moment politie, die hen, tijdens een gesprek, heeft gevraagd om Tilburg te verlaten, omdat supporters van de harde kern van Willem II op een confrontatie uit waren. Omdat de groep zich op generlei wijze narigheid op de hals wenste te halen, heeft men uit eigener beweging het café verlaten. De groep heeft vervolgens alsnog combikaarten geregeld en men is die avond naar het stadion gegaan. Aldaar werd de groep aangehouden, omdat er volgens de politie sprake was van een overtreding van een ambtelijk bevel. Er zou die middag namelijk gevorderd zijn dat de groep de stad verliet en die dag ook niet meer terug mocht komen. De groep gaf mij te kennen dat er geen ambtelijk bevel was gegeven, dat alles in de vorm van een gemoedelijk gesprek is verlopen en dat al helemaal niet was gevorderd dat men die dag Tilburg niet meer in mocht. Ik adviseerde hen vervolgens de boete niet te betalen en de zaak voor te laten komen. Daarmee meldde ik dat ik bereid was om hen bij te staan, maar dat de kosten van juridische bijstand, gekeken naar de aard en de zwaarte van de zaak, relatief zeer hoog uit zouden vallen. De groep nam dit op de koop toe. Voor de betrokkenen was dit een principekwestie.

Vijf verdachten werden vervolgens gedagvaard om zich tegelijk te verantwoorden bij de rechter. De rechter sprak deze vijf verdachten vrij. Om onbegrijpelijke redenen werden de twee anderen niet op dezelfde dag gedagvaard. Een van die twee werd zelfs ondanks de vrijspraken alsnog gedagvaard om in maart jl. bij de rechter te verschijnen. Ik heb tijdens die zitting in maart jl. uiteraard gemeld dat er in deze kwestie al vijf verdachten volledig zijn vrijgesproken. De Officier van Justitie antwoordde de zaak door te zetten en wilde zelfs drie betrokken politieagenten als getuigen horen. Ik gaf aan drie vrijgesproken (mede)verdachten te willen horen. Dit vanwege het feit dat de rechtbank helaas niet in staat was om het proces-verbaal van de eerdere zitting, waar ik om had gevraagd om naar de inhoud ervan te kunnen verwijzen, te produceren. De rechter verwees de zaak vervolgens voor het horen van getuigen terug naar de rechter-commissaris. Het gevolg was dat in één zaak, waarin het aanvankelijk ging om een boete van € 160,--, nu zes getuigen werden gehoord. Daardoor liepen de kosten zeer fors op. Nadat de getuigen waren gehoord, werd er in juni jl. een nieuwe zitting gehouden. De Officier van Justitie vroeg toen, omdat er op zijn zachtst gezegd, teveel twijfel was, zelf om een vrijspraak… Net als ik was de rechter verbaasd dat deze zaak door het openbaar ministerie werd doorgezet, ondanks dat er al vijf vrijspraken waren uitgesproken. De rechter sprak ook deze cliënt vrij. Op mijn verzoek een vervolgingsbeslissing te nemen in de laatste, zevende, strafzaak, heb ik vorige week te horen gekregen dat deze wordt geseponeerd. Daarmee is de kous voor alle personen gelukkig af, maar zij hebben natuurlijk wel forse schade geleden.

In geval van een vrijspraak is het mogelijk om een schadevergoeding te vorderen van de Staat der Nederlanden. Onder andere de gemaakte advocaatkosten, het tijd- en werkverzuim, de reiskosten en dergelijke kunnen (volledig) als schadevergoeding gevorderd worden. De schadevergoedingsprocedures lopen inmiddels. Naar verwachting zal de Staat der Nederlanden door deze strafzaken in totaal minstens € 20.000,-- aan schadevergoeding moeten betalen. Een advocaat dient in iedere zaak vooraf een kosten-baten analyse en een risico analyse te maken. Het Openbaar Ministerie zou dit in mijn optiek ook moeten doen, hetgeen, zo blijkt uit dit voorbeeld, lang niet altijd het geval is.



Wet- en regelgeving is dynamisch en kan dus continu veranderen. Graag wijzen wij u er dan ook op dat onze columns mogelijk niet meer aansluiten op de huidige wet- en regelgeving en dus verouderd kunnen zijn. Heeft u vragen of een probleem waarvoor u rechtsbijstand wenst, neemt u dan gerust contact met ons op.

vragen? bel gerust 030-6353432

Wij plaatsen functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren en voor het anoniem analyseren van bezoekgegevens.