Minderjarigen in Nederland staan volgens de wet onder gezag. Heeft men het over ouderlijk gezag, dan wordt daarmee bedoeld het gezag dat wordt uitgeoefend door twee ouders (gezamenlijk ouderlijk gezag) of door één ouder (eenhoofdig ouderlijk gezag). In het geval het gezag wordt uitgeoefend door een ouder en een niet-ouder samen, spreekt men van gezamenlijk gezag. Hierna wordt – niet uitputtend – ingegaan op het gezag en hoe dit over een kind is geregeld.

Huwelijk of geregistreerd partnerschap
Onder de huidige wetgeving verkrijgen de ouders het gezamenlijk ouderlijk gezag alleen van rechtswege als het kind staande het huwelijk of geregistreerd partnerschap is geboren. In het geval van geregistreerd partnerschap geldt hiervoor overigens wel de voorwaarde dat de vader het kind heeft erkend. De wet voor geregistreerd partnerschap zal worden uitgebreid in die zin dat ouders gedurende hun geregistreerd partnerschap het gezamenlijk gezag van rechtswege uitoefenen, ook als het kind al voor het aangaan van het geregistreerd partnerschap is geboren. De voorwaarde dat de vader het kind heeft erkend, blijft gehandhaafd.

Indien ouders uit elkaar gaan door middel van een echtscheiding of een ontbinding van het geregistreerd partnerschap, is het uitgangspunt dat beide ouders belast blijven met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.
Het is echter mogelijk dat door één van de ouders een verzoek wordt ingediend bij de rechtbank om één van beiden met het ouderlijk gezag te belasten. De rechtbank dient over een dergelijk verzoek een beslissing te nemen, waarbij het belang van het kind voorop staat.

Indien na echtscheiding door de rechtbank eenhoofdig gezag is toegekend aan één van de ouders, kan volgens de wet alleen op verzoek van beide ouders wederom gezamenlijk gezag worden gevraagd. Een eenzijdig verzoek om gezamenlijk gezag zou niet-ontvankelijk zijn. In de jurisprudentie is echter uitgemaakt dat voormelde in strijd is met de artikelen van het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens. Ouders dienen de mogelijkheid te hebben om zich, nadat zij het ouderlijk gezag hebben verloren, zich tot de rechter te wenden om gezamenlijk gezag te vragen. Op 15 februari 2008 heeft de Hoge Raad zich over deze materie in gelijke zin uitgelaten.

Niet-gehuwden
In de situatie dat ouders niet zijn gehuwd of geen geregistreerd partnerschap hebben, oefent de moeder van rechtswege alleen het gezag uit. Er is dan sprake van eenhoofdig ouderlijk gezag. De moeder krijgt bij de geboorte van het kind automatisch het ouderlijk gezag. De vader krijgt dit slechts, indien hij het kind heeft erkend en hij gezamenlijk met de moeder een verzoek indient bij de rechtbank voor het verkrijgen van het ouderlijk gezag. Ook dit verzoek kan volgens de wet alleen plaatsvinden op beider verzoek. Een eenzijdig verzoek tot het verkrijgen van gezamenlijk ouderlijk gezag met de andere ouder is wettelijk niet mogelijk.

Door een uitspraak van de Hoge Raad is ook hier verandering in gekomen. De Hoge Raad heeft eerder bepaald dat een ouder die niet belast is met het ouderlijk gezag, zich derhalve toch door middel van een eenzijdig verzoek kan wenden tot de rechtbank tot het verkrijgen van gezamenlijk gezag. De Hoge Raad heeft hierbij gesteld dat de vader het kind dan wel moet hebben erkend. In dat geval is volgens de Hoge Raad in beginsel sprake van een band die als familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens kan worden aangemerkt. Een fundamenteel element van het familie- en gezinsleven van ouder en kind wordt gevormd door "the exercise of parental rights" oftewel het uitoefenen van ouderrechten.

Of een dergelijk eenzijdig verzoek ook wordt gehonoreerd door de rechtbank, is uiteraard een volgende vraag. Dit is afhankelijk van de omstandigheden. De rechtbank zal telkens in het belang van het kind een beslissing dienen te nemen.
Op grond van vaste jurisprudentie kan een dergelijk eenzijdig verzoek worden afgewezen, indien op voorhand duidelijk is dat gezamenlijk ouderlijk gezag onbestuurbaar en onuitvoerbaar is, waardoor het kind klem zou kunnen komen te zitten tussen de ouders. Een criterium dat ook wordt gehanteerd ter beoordeling of gezamenlijk gezag op verzoek van één van de ouders dient te worden beëindigd.



Wet- en regelgeving is dynamisch en kan dus continu veranderen. Graag wijzen wij u er dan ook op dat onze columns mogelijk niet meer aansluiten op de huidige wet- en regelgeving en dus verouderd kunnen zijn. Heeft u vragen of een probleem waarvoor u rechtsbijstand wenst, neemt u dan gerust contact met ons op.

vragen? bel gerust 030-6353432

Wij plaatsen functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren en voor het anoniem analyseren van bezoekgegevens.