De spitsstrook bij Hoevelaken is onlangs geopend. De rijbaan ligt er ruim drie jaar, maar is nooit in gebruik genomen door een misverstand over een uitspraak van de Raad van State. Naar nu blijkt is ruim 3 jaar geleden besloten dat de spitsstrook gebruikt mag worden, op voorwaarde dat de maximum snelheid wordt teruggebracht van 120 naar 80 kilometer per uur. 

Dit bericht zal bij menigeen met woede en ergernis zijn ontvangen. Hoe is het mogelijk dat er in een land met zoveel ambtenaren die op de meest uiteenlopende wijze tot in de finesse regels hebben uitgedokterd niemand was die eerder op het lumineuze idee was gekomen dat die spitsstrook gewoon open kon? Wij hebben collectief zitten pitten.
De vraag die rijst is of dit nu een vervelend incident is of slechts een topje van de ijsberg? Uit eigen ervaring kan ik melden dat het veel vaker voorkomt dat iets dat aanvankelijk lijkt op een eenvoudige procedure van lief en lee ontaardt in een volstrekt uitzichtloze gevecht tegen de Bierkaai. Een cliënt van mij is al 7 jaar bezig met een bouwvergunning voor een nieuwe woning op een royale lap grond. Het bestemmingsplan stond het bouwplan niet toe. Beleidsregels moesten dus eerst worden geformuleerd. Er werd meer dan een jaar geklungeld voordat duidelijk werd of en zo ja, welke procedure gekozen moest worden. Vervolgens moest er een ruimtelijke onderbouwing komen, was er veelvuldig overleg met de Provincie, had de stedenbouwkundige ook nog zijn randvoorwaarden en toen er eindelijk positief werd gereageerd op het voornemen om de bouwvergunning in procedure te brengen, liep het alsnog mis. Enkele omwonenden lieten weten niets te zien in de bouwplannen en de aangevraagde sloopvergunning voor het bestaande huis werd plotsklaps aangehouden omdat de desbetreffende gemeente te elfder uren op het idee was gekomen dat de te slopen woning wel eens beschouwd kon worden als een naoorlogs monument dat bescherming behoefde. Er was namelijk door een collega een groslijst opgesteld en daarop prijkte de woning om aangewezen te worden als gemeentelijk monument. U kunt zich voorstellen dat de aanvrager ontplofte door al deze ambtelijke ongein. In- en uitpraten zonder enig zicht op resultaat en niemand die kan zeggen wanneer er eindelijk duidelijkheid gaat ontstaan.
Kenmerkend in dit soort situaties is dat de besluitvorming door een collectief geschied. Iedereen is betrokken, niemand is verantwoordelijk. Veel van de betrokkenen in het besluitvormingsproces bemoeien zich slechts met één facet zodat niemand het overzicht heeft en niemand zich ook geroepen voelt om als coördinator de aanvraag tot een goed einde te brengen. Dit, in combinatie met een veelvuldig beroep op het voortschrijdend inzicht dat nieuw beleid of regels rechtvaardigt, frustreert een snelle besluitvorming. Voor de burger voelt dit terecht alsof hij ‘van de kast naar de muur’ wordt gestuurd. De besluitvorming is een grote ‘black box’ geworden waarbij de ambtenaren zelf ook niet weten wat er wanneer door wie wordt gedaan en op welke termijn er dan wel iets zinnigs te zeggen valt. Dit wordt nog eens verergerd doordat er tussentijds veelvuldig sprake is van een tussentijdse wisseling van de (ambtelijke) wacht en de noodgedwongen inhuur van interim-personeel. Als dat vertrekt, is alles wat ermee is afgesproken ook zoek en volgt er een herhaling van zetten met de opvolger. Dat is vaak het moment dat de burger of bedrijf ten einde raad de hulp inroept van een deskundig advocaat.
Als er vervolgens met procedures of negatieve publiciteit wordt gedreigd en de wethouder in een persoonlijk onderhoud wordt aangesproken op zijn/haar taak om het ambtelijk apparaat aan te sporen tot slagvaardig handelen, vindt er in de regel verbetering plaats. Zeker als de wethouder beseft dat de tastbare resultaten van de ambtelijke inspanningen nihil zijn en het meedoen aan de procedure belangrijker lijkt te zijn geweest dan het resultaat. 
Is deze Olympische gedachte niet te stoppen? Ja zeker: in de toekomst moet er voor elke bouwaanvraag een ambtenaar worden aangewezen die de plicht heeft om ervoor te zorgen dat de vergunningprocedure juist en tijdig wordt doorlopen. Bij falen dient hij hierop te worden aangesproken c.q. afgerekend. Dit noopt hem immers om tijdig intern aan de bel te trekken en desnoods de hulp van de wethouder in te roepen bij intern oponthoud. Alleen op die manier wordt het ambtelijk apparaat verantwoordelijk voor zijn daden en wordt voorkomen dat iedereen maar wat doet en niemand verantwoordelijk is voor het resultaat.



Wet- en regelgeving is dynamisch en kan dus continu veranderen. Graag wijzen wij u er dan ook op dat onze columns mogelijk niet meer aansluiten op de huidige wet- en regelgeving en dus verouderd kunnen zijn. Heeft u vragen of een probleem waarvoor u rechtsbijstand wenst, neemt u dan gerust contact met ons op.

vragen? bel gerust 030-6353432

Wij plaatsen functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren en voor het anoniem analyseren van bezoekgegevens.