Een belangrijk aspect dat regelmatig tot problemen leidt in geval van scheiding of relatiebreuk, is de verdeling van de woonlasten met betrekking tot de gezamenlijke woning. Een recente uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden maakte nog eens duidelijk dat partijen er verstandig aan doen om daarover duidelijke afspraken met elkaar te maken.

Samenwoners zonder huwelijk of contract:

De uitspraak betrof een man en vrouw die gedurende 20 jaar een relatie met elkaar hadden en die meerdere kinderen met elkaar hadden (geen huwelijk of samenlevingscontract). Partijen hadden samen een woning in eigendom (ieder 50%). In 2008 werd de relatie verbroken.
De man is tijdelijk elders gaan wonen en de vrouw bleef met de kinderen in de gezamenlijke woning. Nadat de vrouw een andere woning had gekocht, is de man in 2009 teruggekeerd in de gezamenlijke woning. Vanaf dat moment heeft de man de volledige woonlasten voor zijn rekening genomen. In de vanaf 2009 gevoerde correspondentie tussen partijen gaf de man aan dat hij de woonlasten en eventuele verbouwings- en onderhoudskosten voor zijn rekening zou nemen, onder voorbehoud dat dat het door hem teveel betaalde bij verkoop van de woning werd verrekend met het aandeel van de vrouw in de overwaarde van de woning. Duidelijke afspraken zijn daar niet over gemaakt.

In 2017 vorderde de man dat de vrouw met terugwerkende kracht (vanaf 2009) de helft van de woonlasten voor haar rekening moest nemen. De rechtbank wees de vordering af. In hoger beroep stelde het Hof echter voorop dat als partijen gezamenlijk eigenaar van een woning zijn, zij in beginsel ieder naar evenredigheid van hun aandeel moeten bijdragen in de lasten van de woning. De vrouw heeft uit de e-mailberichten van de man niet kunnen afleiden dat hij afstand wilde doen van zijn recht om de helft van de door hem voldane woonlasten op haar te verhalen. Het Hof zag geen aanleiding om van de hoofdregel af te wijken en veroordeelde de vrouw tot betaling aan de man van € 67.306,75 ter zake van woonlasten over de periode van 2009 tot 1 augustus 2016.

Gebruiksvergoeding:

De vrouw stond overigens niet helemaal met lege handen. Zij vorderde een zogenaamde gebruiksvergoeding. Als er sprake is van een gemeenschappelijk eigendom (zoals de woning) dat slechts door één van de gerechtigden, met uitsluiting van de ander wordt gebruikt, dan is diegene verplicht om de gerechtigde, die geen gebruik kan maken van het gemeenschappelijk eigendom, schadeloos te stellen bijvoorbeeld door het betalen van een gebruiksvergoeding.
In de wet is niet geregeld hoe die vergoeding moet worden berekend of vastgesteld. In de rechtspraak zijn al vele rekenmethoden toegepast: 25% van de hypotheek en overige eigenaarslasten, 2% of 2,5% of 4% van (de helft van) de overwaarde of de (helft van de) commerciële huurwaarde, enz. In het onderhavige geval achtte het Hof het redelijk en billijk om aansluiting te zoeken bij de door partijen verschuldigde woonlasten, met dien verstande dat de gebruiksvergoeding gelijk zou zijn aan de helft van de woonlasten waarvoor de vrouw draagplichtig is. Aan de vrouw werd een gebruiksvergoeding toegekend van € 40.340,--.



Wet- en regelgeving is dynamisch en kan dus continu veranderen. Graag wijzen wij u er dan ook op dat onze columns mogelijk niet meer aansluiten op de huidige wet- en regelgeving en dus verouderd kunnen zijn. Heeft u vragen of een probleem waarvoor u rechtsbijstand wenst, neemt u dan gerust contact met ons op.

vragen? bel gerust 030-6353432

Wij plaatsen functionele cookies om de website naar behoren te laten functioneren en voor het anoniem analyseren van bezoekgegevens.